waterschot
zelfstandig naamwoord ˈwatərˌsxɔtBetekenis
- tijdelijke vermindering van de doorvaartwijdte in een kanaal.
Hoe spreek je waterschot uit?
/ˈwatərˌsxɔt/
Waterschot bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- wand om water tegen te houden
- tijdelijke vermindering van de doorvaartwijdte in een kanaal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waterschotten | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- belasting betaald aan een waterschap obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waterschoten | enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van water zn en schot zn
Woordfamilie van waterschot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waterschoten | enkelvoud | waterschot |
| waterschotten | enkelvoud | waterschot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterschot zijn vastgelegd.