bod
zelfstandig naamwoord bɔtBetekenis
- door een koper voorgestelde prijs
- de handeling van het bieden
- commando, opdracht, mandaat, bevel
- baud; eenheid van snelheid van informatieoverdracht van een datatransmissiekanaal (modem, telefoonlijn etc.)
- punt; een dimensieloos stuk ruimte
- punt; een aanduiding van een waarde of score
- punt; een positie in de ruimte
- punt; een mening of onderwerp in een discussie of betoog
- punt; een temperatuur
- steek, treffer; penetratie met een scherp puntig voorwerp
- místo
- oddíl
- bodnutí
- bad
Hoe spreek je bod uit?
/bɔt/
Bod bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (biedingen) * | meervoud |
| bodje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bodjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands bot, verwant aan bode en boodschap, in de betekenis van ‘het bieden’ voor het eerst aangetroffen in 1440
Woordfamilie van bod
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bodje | verkleinwoord | bod |
| bodjes | verkleinwoord meervoud | bod |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bod zijn vastgelegd.