rot
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord rɔtBetekenis
- iemand die al lang meedraait
- proces waarbij iets bederft, bijvoorbeeld van etenswaar
- achter elkaar opgestelde rij manschappen, voertuigen enz
- verrot, bedorven
- beroerd, onaangenaam
- rood
- rotten, verrotten
- wortel (plant)
Hoe spreek je rot uit?
/rɔt/
Rot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| t | tak |
bijvoeglijk naamwoord
- door bederf aangetast
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
zelfstandig naamwoord — neuter
- alleen verkleinwoord proces waarbij iets bederft, bijvoorbeeld bij etenswaar
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van rotten
- gebiedende wijs van rotten
Vervoeging van rot
rothele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] rot | canonical |
zelfstandig naamwoord — neuter
- benaming voor een reeks manschappen uit opeenvolgende gelederen die direct achter elkaar staan opgesteld, ook gebruikt voor vergelijkbare opstellingen zoals van voertuigen
- bepaalde manier om 4 geweren tegen elkaar steunend op de grond te zetten historical
- kleinste eenheid van manschappen in een leger obsolete
zelfstandig naamwoord
- muisachtig knaagdier uit het geslacht Rattus obsolete
Woordfamilie van rot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rotst | vergrotende trap | rot |
| rotste | verbogen vergrotende trap | rot |
| rotter | uninflected, positive | rot |
| rottere | verbogen vorm | rot |
| rotters | partitive, positive | rot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rot zijn vastgelegd.