hotten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- schiften (van melk)
Vervoeging van hotten
hottenhele werkwoord — hotteverleden tijd enkelvoud — gehotvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hot | hotte |
| jij | hot | hotte |
| hij, zij, het | hot | hotte |
| wij | hotten | — |
| jullie | hotten | — |
| zij | hotten | — |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehot | verleden tijd, deelwoord |
| gehot te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehot zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hot | gebiedende wijs |
| hotte | verleden tijd |
| hotte | aanvoegende wijs |
| hottend | onvoltooid, deelwoord |
| is gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hotten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gehot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt hotten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen hotten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gehot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult hotten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hot
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van hotten
Vervoeging van hotten
hottenhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van hot met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van hotten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehot | voltooid deelwoord | hotten |
| hottend | onvoltooid deelwoord | hotten |
| hottende | woordvorm | hotten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hotten zijn vastgelegd.