hermafrodiet
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˌhɛrmafroˈditBetekenis
- tweeslachtig wezen, mens, dier of plant met tegelijk vrouwelijke en mannelijke kenmerken
Hoe spreek je hermafrodiet uit?
/ˌhɛrmafroˈdit/
Hermafrodiet bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| f | fiets |
| o | boot |
| d | dak |
| i | riet |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hermafrodieten | meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- gelijktijdig vrouwelijke en mannelijke kenmerken bezittend
Herkomst
eponiem, via Frans hermaphrodite zn van Latijn Hermaphroditus en en Oudgrieks Ἑρμαφρόδιτος en (Hermaphróditos); in de Griekse mythologie was Hermafroditus een zoon van Hermes en Afrodite (zoals in zijn naam te zien is), die na versmelting met een waternimf zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken bezat, in de betekenis van ‘tweeslachtig wezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1596
Woordfamilie van hermafrodiet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hermafrodiete | woordvorm | hermafrodiet |
| hermafrodieten | meervoud | hermafrodiet |
| hermafrodiets | woordvorm | hermafrodiet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hermafrodiet zijn vastgelegd.