midden
zelfstandig naamwoord, bijwoord, voorzetsel ˈmɪdə(n)Betekenis
- het centrale deel of het punt halverwege uitersten
- (Zuid-Nederlands) kring, milieu
- in het centrale deel
- in het midden van
Hoe spreek je midden uit?
/ˈmɪdən/
Midden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- kring, milieu
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| middens | meervoud |
bijwoord
- te midden van: omgeven door
Herkomst
In de betekenis van ‘punt op gelijke afstand van de uitersten’ voor het eerst aangetroffen in 694
Woordfamilie van midden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| middens | meervoud | midden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van midden zijn vastgelegd.