verbidden
werkwoord vərˈbɪdə(n)Betekenis
- door bidden tot andere gedachten brengen
Hoe spreek je verbidden uit?
/vərˈbɪdən/
Verbidden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verbidden
verbiddenhele werkwoord — verbadverleden tijd enkelvoud — verbadenverleden tijd meervoud — verbedenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verbid | verbad |
| jij | verbidt | verbad |
| hij, zij, het | verbidt | verbad |
| wij | verbidden | verbaden |
| jullie | verbidden | verbaden |
| zij | verbidden | verbaden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbeden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbeden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbidden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbidden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbad | verleden tijd |
| verbeden | verleden tijd, deelwoord |
| verbeden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbeden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbid | gebiedende wijs |
| verbidde | aanvoegende wijs |
| verbiddend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verbeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbidden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verbeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbidden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van bidden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbidden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verbad | verleden tijd | verbidden |
| verbaden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verbidden |
| verbeden | voltooid deelwoord | verbidden |
| verbid | gebiedende wijs | verbidden |
| verbidde | aanvoegende wijs | verbidden |
| verbiddend | onvoltooid deelwoord | verbidden |
| verbiddende | woordvorm | verbidden |
| verbidt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbidden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbidden zijn vastgelegd.