begin
zelfstandig naamwoord, werkwoord /bəˈχɪn/Betekenis
- het eerste deel, het op gang komen
- de oudste plekken in een oudlandpolder van waaruit het inpolderingsproces begonnen is
- beginnen
Hoe spreek je begin uit?
/bəˈxɪn/
Begin bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beginnen [2] | meervoud |
| beginnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beginnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beginnen
- gebiedende wijs van beginnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beginnen
Vervoeging van begin
beginhele werkwoord
Woordfamilie van begin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beginnetje | verkleinwoord | begin |
| beginnetjes | verkleinwoord meervoud | begin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begin zijn vastgelegd.