gewin
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣəˈwɪnBetekenis
- voordeel, winst
- bezit
Hoe spreek je gewin uit?
/xəˈwɪn/
Gewin bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gewinnen
- gebiedende wijs van gewinnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gewinnen
Vervoeging van gewin
gewinhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van de stam van winnen ww met het voorvoegsel ge-