spin
zelfstandig naamwoord, werkwoord spɪnBetekenis
- spinachtig dier met acht poten dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevangen
- snelbinder met vier of meer van een haak voorziene armen
- kruisvormige constructie bij windmolens voor het zelfzwichten en het bedienen van de remkleppen
- snelle, draaiende beweging om een as
- bepaalde draaiende figuur bij het dansen
- tollen, (snel) draaien
- spinnen (van draden)
- draaibeweging, spin
- 1
Hoe spreek je spin uit?
/spɪn/
Spin bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- geleedpotig dier met acht poten uit de orde Araneae, dat met speciale klieren een web maakt, waarin prooien worden gevangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spinnen | enkelvoud |
| spinnetje | verkleinwoord |
| spinnetjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spins | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
- gebiedende wijs van spinnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spinnen
Vervoeging van spin
spinhele werkwoord
Woordfamilie van spin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spinnetje | verkleinwoord | spin |
| spinnetjes | verkleinwoord | spin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spin zijn vastgelegd.