openingszin
zelfstandig naamwoord ˈopənɪŋˌsɪnBetekenis
- eerste zin van een toespraak of van een schriftelijk werk
- de eerste zin die je zegt als je iemand aanspreekt
Hoe spreek je openingszin uit?
/ˈopənɪŋˌsɪn/
Openingszin bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| openingszinnen | meervoud |
| openingszinnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| openingszinnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van opening zn en zin zn met het invoegsel -s- , met 'opening' afgeleid als naamwoord van handeling van openen (werkwoord)
Woordfamilie van openingszin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| openingszinnen | meervoud | openingszin |
| openingszinnetje | verkleinwoord | openingszin |
| openingszinnetjes | verkleinwoord meervoud | openingszin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openingszin zijn vastgelegd.