vin
zelfstandig naamwoord /vɪn/Betekenis
- uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren die zij gebruiken voor de voortbeweging
- een zwemvin, gebruikt bij het snorkelen en duiken, onderdeel van een snorkeluitrusting en duikuitrusting
- klein zwaard, soms meerdere, onder een kite-of surfboard
- wijn
- wijndruif
- druivenstok, wijnstok
- wilde wingerd
Hoe spreek je vin uit?
/vɪn/
Vin bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɪ | pit |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- klein zwaard [3], soms meerdere, onder een kite- of surfboard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vinnen | meervoud |
| vinnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vinnetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘zwemorgaan van vis’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van vin
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vinnen | meervoud | vin |
| vinnetje | verkleinwoord | vin |
| vinnetjes | verkleinwoord meervoud | vin |
| vins | meervoud | vin |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vin zijn vastgelegd.