zangcursus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een reeks van zanglessen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zangcursusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zangcursusjes | verkleinwoord, meervoud |
| zangcursussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zang en cursus
Woordfamilie van zangcursus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zangcursusje | verkleinwoord | zangcursus |
| zangcursusjes | verkleinwoord meervoud | zangcursus |
| zangcursussen | meervoud | zangcursus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zangcursus zijn vastgelegd.