zanggezelschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een groep personen die zich toelegt op de zangkunst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zanggezelschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zanggezelschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| zanggezelschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zang en gezelschap
Woordfamilie van zanggezelschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zanggezelschapje | verkleinwoord | zanggezelschap |
| zanggezelschapjes | verkleinwoord meervoud | zanggezelschap |
| zanggezelschappen | meervoud | zanggezelschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zanggezelschap zijn vastgelegd.