voeren
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvurə(n)Betekenis
- doen varen cf. : führen
- voer = bont?, cf. : fur
- >voe(de)ren cf. : Futter
- >voe(de)ren
- geleiden, ergens heen brengen
- kleding aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien
- dieren te eten geven
- een kind eten in de mond stoppen
Hoe spreek je voeren uit?
/ˈvurən/
Voeren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| u | boek |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien transitive
- als voedsel verstrekken ditransitive
- iemand (m.n. een jong kind) eten in de mond stoppen transitive
- een gesprek voeren: converseren
- oorlog voeren:vechten in een gewapende strijd
Vervoeging van voeren
voerenhele werkwoord — voerdeverleden tijd enkelvoud — voerdenverleden tijd meervoud — gevoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voer | voerde |
| jij | voert | voerde |
| hij, zij, het | voert | voerde |
| wij | voeren | voerden |
| jullie | voeren | voerden |
| zij | voeren | voerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevoerd | verleden tijd, deelwoord |
| gevoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voer | gebiedende wijs |
| voerde | verleden tijd |
| voere | aanvoegende wijs |
| voerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van varen
Vervoeging van voeren
voerenhele werkwoord — voerdeverleden tijd enkelvoud — voerdenverleden tijd meervoud — gevoerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voer | voerde |
| jij | voert | voerde |
| hij, zij, het | voert | voerde |
| wij | voeren | voerden |
| jullie | voeren | voerden |
| zij | voeren | voerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevoerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevoerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevoerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevoerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevoerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevoerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevoerd | verleden tijd, deelwoord |
| gevoerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevoerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevoerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevoerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevoerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevoerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevoerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voer | gebiedende wijs |
| voerde | verleden tijd |
| voere | aanvoegende wijs |
| voerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevoerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevoerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord voer
Herkomst
In de betekenis van ‘leiden, vervoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van voeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voerde | verleden tijd | voeren |
| voerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voeren |
| voere | aanvoegende wijs | voeren |
| voerend | onvoltooid deelwoord | voeren |
| voerende | woordvorm | voeren |
| voert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voeren zijn vastgelegd.