Naar de inhoud

voeren

doen varen cf. : führen

voeren is meer dan één woord

voeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvurə(n)

Betekenis

  1. doen varen cf. : führen
  2. voer = bont?, cf. : fur
  3. >voe(de)ren cf. : Futter
  4. >voe(de)ren
  5. geleiden, ergens heen brengen
  6. kleding aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien
  7. dieren te eten geven
  8. een kind eten in de mond stoppen

Hoe spreek je voeren uit?

/ˈvurən/

Voeren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvurən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
u boek
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aan de binnenkant van een isolerende laag voorzien transitive
  2. als voedsel verstrekken ditransitive
  3. iemand (m.n. een jong kind) eten in de mond stoppen transitive
  4. een gesprek voeren: converseren
  5. oorlog voeren:vechten in een gewapende strijd

Vervoeging van voeren

voerenhele werkwoord — voerdeverleden tijd enkelvoud — voerdenverleden tijd meervoud — gevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer voerde
jij voert voerde
hij, zij, het voert voerde
wij voeren voerden
jullie voeren voerden
zij voeren voerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevoerd verleden tijd, deelwoord
gevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer gebiedende wijs
voerde verleden tijd
voere aanvoegende wijs
voerend onvoltooid, deelwoord
zal gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van varen

Vervoeging van voeren

voerenhele werkwoord — voerdeverleden tijd enkelvoud — voerdenverleden tijd meervoud — gevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer voerde
jij voert voerde
hij, zij, het voert voerde
wij voeren voerden
jullie voeren voerden
zij voeren voerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevoerd verleden tijd, deelwoord
gevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer gebiedende wijs
voerde verleden tijd
voere aanvoegende wijs
voerend onvoltooid, deelwoord
zal gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult voeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voer

Herkomst

In de betekenis van ‘leiden, vervoeren’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van voeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
voerde verleden tijd voeren
voerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voeren
voere aanvoegende wijs voeren
voerend onvoltooid deelwoord voeren
voerende woordvorm voeren
voert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over voeren

Hoe spreek ik voeren uit?
Zo spreek je voeren uit: /ˈvurə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van voeren?
Voeren is een werkwoord. De betekenis is: doen varen cf.: führen. In totaal staan er 13 betekenissen.
Hoe vervoeg ik voeren?
Zo vervoeg je voeren zo: de tegenwoordige tijd is voer, de verleden tijd is voerde en het voltooid deelwoord is gevoerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op voeren?

Op voeren rijmen 22 woorden, onder andere ontvoeren, verroeren en boeren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op voeren, uitspraak ˈvurən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
ontvoeren 3
verroeren 3
boeren 2
snoeren 2
koekeloeren 4
koeren 2
loeren 2
poeren 2
autoboeren 4
badkamervloeren 5
campagnevoeren 5
chocoladehoeren 6
deeltijdboeren 4
lorrenboeren 4
moffenhoeren 4
mosselhoeren 4
noppeshoeren 4
sloeren 2
vloeren 2
wedervoeren 4
witlofboeren 4
witloofboeren 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voeren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voeren levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voeren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

voeren in het kort

voeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 13 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van voeren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort voeren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

voeren: doen varen cf. : führen
Deel voeren — standaardnederlands.nl