vloertegel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een tegel van keramiek, natuursteen, kunststof etc. om een vloer mee te bedekken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vloertegels | meervoud |
| vloertegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vloertegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vloer en tegel
Woordfamilie van vloertegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vloertegels | meervoud | vloertegel |
| vloertegeltje | verkleinwoord | vloertegel |
| vloertegeltjes | verkleinwoord meervoud | vloertegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vloertegel zijn vastgelegd.