vloerkleed
zelfstandig naamwoord ˈvlurkletBetekenis
- een tapijt dat los op de vloer ligt en de vloer slechts voor een deel bedekt
Hoe spreek je vloerkleed uit?
/ˈvlurklet/
Vloerkleed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| l | land |
| u | boek |
| r | rood |
| k | kat |
| e | veel |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vloerkleden | meervoud |
| vloerkleedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vloerkleedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van vloer en kleed
Woordfamilie van vloerkleed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vloerkleden | meervoud | vloerkleed |
| vloerkleedje | verkleinwoord | vloerkleed |
| vloerkleedjes | verkleinwoord meervoud | vloerkleed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vloerkleed zijn vastgelegd.