verheffen
werkwoord vərˈhɛfə(n)Betekenis
- naar een fysiek of geestelijk hoger niveau brengen
- (vrijmetselarij) promoveren tot meester (of tot een 'hogere' graad)
Hoe spreek je verheffen uit?
/vərˈhɛfən/
Verheffen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛ | bed |
| f | fiets |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- promoveren tot meester (of tot een "hogere" graad)
Vervoeging van verheffen
verheffenhele werkwoord — verhiefverleden tijd enkelvoud — verhievenverleden tijd meervoud — verhevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhef | verhief |
| jij | verheft | verhief |
| hij, zij, het | verheft | verhief |
| wij | verheffen | verhieven |
| jullie | verheffen | verhieven |
| zij | verheffen | verhieven |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verheven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verheven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verheven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verheven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verheven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verheven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verheven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verheven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verheven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verheven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verheven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verheven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verheven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verheven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verheven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verheven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verheven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verheffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verheffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhef | gebiedende wijs |
| verhef me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verhef u/je , verheft je | gebiedende wijs |
| verheffe | aanvoegende wijs |
| verheffe zich | aanvoegende wijs |
| verheffen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verheffen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verheffen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verheffend | onvoltooid, deelwoord |
| verheft je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verheft u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verheft u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verheft zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| verheft zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verheft zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| verheven | verleden tijd, deelwoord |
| verheven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verheven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verheven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verheven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verheven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verheven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verheven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verheven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhief | verleden tijd |
| verhief je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhief me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhief u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verhief u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhief zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| verhief zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| verhief zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhieven je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhieven ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| verhieven zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| waart verheven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verheven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verheven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verheven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verheven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verheven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verheven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verheven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verheven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verheven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verheven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verheven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verheven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verheven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verheffen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verheven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verheven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verheven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verheven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verheven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich verheffen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verheffen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich verheffend | onvoltooid, deelwoord |
| zich verheven hebben | verleden tijd |
| zijn verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verheven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verheven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verheven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verheven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je verheffen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verheffen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verheffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verheffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
afgeleid van heffen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verheffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhef | gebiedende wijs | verheffen |
| verheffe | aanvoegende wijs | verheffen |
| verheft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verheffen |
| verhief | verleden tijd | verheffen |
| verhieven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verheffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verheffen zijn vastgelegd.