Naar de inhoud

verheffen

naar een fysiek of geestelijk hoger niveau brengen

verheffen

werkwoord vərˈhɛfə(n)

Betekenis

  1. naar een fysiek of geestelijk hoger niveau brengen
  2. (vrijmetselarij) promoveren tot meester (of tot een 'hogere' graad)

Hoe spreek je verheffen uit?

/vərˈhɛfən/

Verheffen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈhɛfən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
h hoed
ɛ bed
f fiets
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. promoveren tot meester (of tot een "hogere" graad)

Vervoeging van verheffen

verheffenhele werkwoord — verhiefverleden tijd enkelvoud — verhievenverleden tijd meervoud — verhevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verhef verhief
jij verheft verhief
hij, zij, het verheft verhief
wij verheffen verhieven
jullie verheffen verhieven
zij verheffen verhieven
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verheven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verheven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verheven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verheven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verheven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verheven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verheven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verheven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verheven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verheven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verheven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verheven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verheven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verheven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verheven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verheven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verheven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verheven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verheven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verheven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verheven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verheven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verheven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verheffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verheffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verhef gebiedende wijs
verhef me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verhef u/je , verheft je gebiedende wijs
verheffe aanvoegende wijs
verheffe zich aanvoegende wijs
verheffen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verheffen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verheffen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verheffend onvoltooid, deelwoord
verheft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verheft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verheft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verheft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verheft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verheft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verheven verleden tijd, deelwoord
verheven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verheven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verheven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verheven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verheven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verheven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verheven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verheven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verheven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verheven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verhief verleden tijd
verhief je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhief me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhief u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verhief u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verhief zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verhief zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verhief zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verhieven je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verhieven ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verhieven zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
waart verheven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verheven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verheven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verheven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verheven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verheven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verheven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verheven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verheven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verheven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verheven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verheven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verheven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verheven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verheffen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verheffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verheffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verheffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verheven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verheven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verheven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verheven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verheven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verheven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verheven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich verheffen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verheffen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verheffend onvoltooid, deelwoord
zich verheven hebben verleden tijd
zijn verheven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verheven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verheven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verheffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verheven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verheven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verheven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je verheffen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verheffen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verheffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verheffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Herkomst

afgeleid van heffen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verheffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verhef gebiedende wijs verheffen
verheffe aanvoegende wijs verheffen
verheft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verheffen
verhief verleden tijd verheffen
verhieven aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verheffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verheffen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verheffen

Hoe spreek ik verheffen uit?
Zo spreek je verheffen uit: /vərˈhɛfə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verheffen?
Verheffen is een werkwoord. De betekenis is: naar een fysiek of geestelijk hoger niveau brengen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verheffen?
Zo vervoeg je verheffen zo: de tegenwoordige tijd is verhef, de verleden tijd is verhief en het voltooid deelwoord is verheven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verheffen?

Verheffen rijmt op 5 woorden op -effen; treffen, heffen en overtreffen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verheffen, uitspraak vərˈhɛfən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
treffen 2
heffen 2
overtreffen 4
beffen 2
ontheffen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verheffen is 22 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. E 1
  6. F 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verheffen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. H 4
  5. E 1
  6. F 4
  7. F 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 22 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verheffen in het kort

verheffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verheffen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verheffen bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verheffen: naar een fysiek of geestelijk hoger niveau brengen
Deel verheffen — standaardnederlands.nl