Naar de inhoud

inwijden

ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken

inwijden

werkwoord

Betekenis

  1. ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken
  2. iemand toegang verschaffen tot kennis die niet iedereen heeft

Vervoeging van inwijden

inwijdenhele werkwoord — wijdde inverleden tijd enkelvoud — wijdden inverleden tijd meervoud — ingewijdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wijd in wijdde in
jij wijdt in wijdde in
hij, zij, het wijdt in wijdde in
wij wijden in wijdden in
jullie wijden in wijdden in
zij wijden in wijdden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingewijd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingewijd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingewijd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingewijd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingewijd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingewijd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingewijd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingewijd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingewijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingewijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingewijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingewijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingewijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingewijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingewijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingewijd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te wijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen wijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal wijden bijzin, toekomende tijd
in zou wijden bijzin, voorwaardelijk
in zouden wijden bijzin, voorwaardelijk
in zoudt wijden bijzin, voorwaardelijk
in zullen wijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen wijden bijzin, toekomende tijd
in zult wijden bijzin, toekomende tijd
ingewijd verleden tijd, deelwoord
ingewijd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingewijd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingewijd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingewijd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingewijd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingewijd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingewijd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingewijd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingewijd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingewijd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inwijd bijzin, tegenwoordige tijd
inwijdde bijzin, verleden tijd
inwijdden bijzin, verleden tijd
inwijdend onvoltooid, deelwoord
inwijdt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingewijd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inwijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingewijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingewijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingewijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingewijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingewijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingewijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingewijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingewijd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
wijd in gebiedende wijs
wijdde in verleden tijd
word ingewijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingewijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingewijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingewijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingewijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingewijd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingewijd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingewijd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inwijden bijzin, toekomende tijd
zijn ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingewijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inwijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inwijden in zou(dt) wijden bijzin, voorwaardelijk
zouden ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inwijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingewijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingewijd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inwijden bijzin, voorwaardelijk
zullen ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingewijd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingewijd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingewijd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingewijd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inwijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inwijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inwijden bijzin, toekomende tijd
zult ingewijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in bw en wijden ww

Woordfamilie van inwijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingewijd voltooid deelwoord inwijden
inwijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd inwijden
inwijdde subordinate-clause, verleden tijd inwijden
inwijdden subordinate-clause, verleden tijd inwijden
inwijde with-subordinate-clause inwijden
inwijdend onvoltooid deelwoord inwijden
inwijdende woordvorm inwijden
inwijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inwijden
wijd in gebiedende wijs inwijden
wijdde in verleden tijd inwijden
wijdden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inwijden
wijde in woordvorm inwijden
wijden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inwijden
wijdt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inwijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inwijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inwijden

Wat is de betekenis van inwijden?
Inwijden is een werkwoord. De betekenis is: ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik inwijden?
Zo vervoeg je inwijden zo: het voltooid deelwoord is ingewijd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inwijden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. W 5
  4. I 1
  5. J 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inwijden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. W 5
  4. I 2
  5. J 4
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inwijden in het kort

inwijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van inwijden staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inwijden bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inwijden: ritueel voor een bepaalde geheiligde functie geschikt maken
Deel inwijden — standaardnederlands.nl