Naar de inhoud

opvoeren

doen toenemen

opvoeren

werkwoord

Betekenis

  1. doen toenemen
  2. als argument bijdragen
  3. op het toneel laten zien
  4. ten einde voederen

Vervoeging van opvoeren

opvoerenhele werkwoord — voerde opverleden tijd enkelvoud — voerden opverleden tijd meervoud — opgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer op voerde op
jij voert op voerde op
hij, zij, het voert op voerde op
wij voeren op voerden op
jullie voeren op voerden op
zij voeren op voerden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal voeren bijzin, toekomende tijd
op zou voeren bijzin, voorwaardelijk
op zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
op zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
op zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen voeren bijzin, toekomende tijd
op zult voeren bijzin, toekomende tijd
opgevoerd verleden tijd, deelwoord
opgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opvoer bijzin, tegenwoordige tijd
opvoerde bijzin, verleden tijd
opvoerden bijzin, verleden tijd
opvoerend onvoltooid, deelwoord
opvoert bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer op gebiedende wijs
voerde op verleden tijd
waart opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opvoeren op zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opvoeren bijzin, toekomende tijd
zult opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van opvaren

Vervoeging van opvoeren

opvoerenhele werkwoord — voerde opverleden tijd enkelvoud — voerden opverleden tijd meervoud — opgevoerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik voer op voerde op
jij voert op voerde op
hij, zij, het voert op voerde op
wij voeren op voerden op
jullie voeren op voerden op
zij voeren op voerden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgevoerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgevoerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgevoerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgevoerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgevoerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgevoerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te voeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal voeren bijzin, toekomende tijd
op zou voeren bijzin, voorwaardelijk
op zouden voeren bijzin, voorwaardelijk
op zoudt voeren bijzin, voorwaardelijk
op zullen voeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen voeren bijzin, toekomende tijd
op zult voeren bijzin, toekomende tijd
opgevoerd verleden tijd, deelwoord
opgevoerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevoerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgevoerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevoerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevoerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgevoerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevoerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgevoerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevoerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgevoerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opvoer bijzin, tegenwoordige tijd
opvoerde bijzin, verleden tijd
opvoerden bijzin, verleden tijd
opvoerend onvoltooid, deelwoord
opvoert bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben opgevoerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen opvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voer op gebiedende wijs
voerde op verleden tijd
waart opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgevoerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgevoerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgevoerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgevoerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal opvoeren bijzin, toekomende tijd
zijn opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgevoerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou opvoeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) opvoeren op zou(dt) voeren bijzin, voorwaardelijk
zouden opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden opvoeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgevoerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgevoerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt opvoeren bijzin, voorwaardelijk
zullen opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgevoerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgevoerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opvoeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opvoeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen opvoeren bijzin, toekomende tijd
zult opgevoerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van op en voeren

Woordfamilie van opvoeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
opgevoerd voltooid deelwoord opvoeren
opvoerde subordinate-clause, verleden tijd opvoeren
opvoerden subordinate-clause, verleden tijd opvoeren
opvoere with-subordinate-clause opvoeren
opvoerend onvoltooid deelwoord opvoeren
opvoerende woordvorm opvoeren
opvoert subordinate-clause, tegenwoordige tijd opvoeren
voerde op verleden tijd opvoeren
voerden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon opvoeren
voere op woordvorm opvoeren
voert op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon opvoeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opvoeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over opvoeren

Wat betekent opvoeren?
Opvoeren is een werkwoord. Het woord betekent: doen toenemen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je opvoeren?
Je vervoegt opvoeren als volgt: het voltooid deelwoord is opgevoerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord opvoeren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. V 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

opvoeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. V 4
  4. O 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

opvoeren in het kort

opvoeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van opvoeren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort opvoeren bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

opvoeren: doen toenemen
Deel opvoeren — standaardnederlands.nl