overtreffen
werkwoord ˌovərˈtrɛfə(n)Betekenis
- een voorheen behaald niveau te boven gaan
Hoe spreek je overtreffen uit?
/ˌovərˈtrɛfən/
Overtreffen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| f | fiets |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van overtreffen
overtreffenhele werkwoord — overtrofverleden tijd enkelvoud — overtroffenverleden tijd meervoud — overtroffenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | overtref | overtrof |
| jij | overtreft | overtrof |
| hij, zij, het | overtreft | overtrof |
| wij | overtreffen | overtroffen |
| jullie | overtreffen | overtroffen |
| zij | overtreffen | overtroffen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overtroffen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overtroffen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overtroffen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overtroffen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overtroffen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overtroffen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overtroffen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overtroffen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overtroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overtroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overtroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overtroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overtroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overtroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overtroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overtroffen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| overtref | gebiedende wijs |
| overtreffe | aanvoegende wijs |
| overtreffend | onvoltooid, deelwoord |
| overtrof | verleden tijd |
| overtroffen | verleden tijd, deelwoord |
| overtroffen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overtroffen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overtroffen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overtroffen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overtroffen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overtroffen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overtroffen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overtroffen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overtroffen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overtroffen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben overtroffen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te overtreffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overtreffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overtroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overtroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overtroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overtroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overtroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overtroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overtroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overtroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overtroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overtroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overtroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overtroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overtroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen overtreffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overtroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overtroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overtroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult overtreffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult overtroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overtroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult overtroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over en treffen
Woordfamilie van overtreffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overtref | gebiedende wijs | overtreffen |
| overtreffe | aanvoegende wijs | overtreffen |
| overtreft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overtreffen |
| overtrof | verleden tijd | overtreffen |
| overtroffen | voltooid deelwoord | overtreffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overtreffen zijn vastgelegd.