verhogen
werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈhoɣə(n)Betekenis
- hoger doen worden
Hoe spreek je verhogen uit?
/vərˈhoxən/
Verhogen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| o | boot |
| x | acht |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verhogen
verhogenhele werkwoord — verhoogdeverleden tijd enkelvoud — verhoogdenverleden tijd meervoud — verhoogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhoog | verhoogde |
| jij | verhoogt | verhoogde |
| hij, zij, het | verhoogt | verhoogde |
| wij | verhogen | verhoogden |
| jullie | verhogen | verhoogden |
| zij | verhogen | verhoogden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhoogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhoogd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhoogd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhoogd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhoogd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhoogd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhoogd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhoogd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhoogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhoogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhoogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhoogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhoogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhoogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhogen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoge | aanvoegende wijs |
| verhogend | onvoltooid, deelwoord |
| verhoog | gebiedende wijs |
| verhoogd | verleden tijd, deelwoord |
| verhoogd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhoogd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhoogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoogd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoogd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhoogd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhoogd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhoogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhoogd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhoogd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhoogde | verleden tijd |
| waart verhoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhoogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhoogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhoogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhoogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhoogd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhoogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhoogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verhoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhoogd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verhogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhoogd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhoogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhoogd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verhogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verhoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhoogd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhoogd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verhoog
Herkomst
afgeleid van hoog met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verhogen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhoge | aanvoegende wijs | verhogen |
| verhogend | onvoltooid deelwoord | verhogen |
| verhogende | woordvorm | verhogen |
| verhoogden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhogen |
| verhoogt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhogen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhogen zijn vastgelegd.