Naar de inhoud

ophalen

een voorwerp bij iets/iemand vandaan halen

ophalen is meer dan één woord

ophalen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɔphalə(n)

Betekenis

  1. een voorwerp bij iets/iemand vandaan halen
  2. naar boven halen
  3. vergeten kennis of ervaringen weer bewust maken
  4. een hoger cijfer verwerven voor iets
  5. een bestand van een computer of server naar een andere computer of server overbrengen

Hoe spreek je ophalen uit?

/ˈɔphalən/

Ophalen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔphalən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
p pak
h hoed
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een voorwerp of persoon bij iets/iemand vandaan halen transitive

Vervoeging van ophalen

ophalenhele werkwoord — haalde opverleden tijd enkelvoud — haalden opverleden tijd meervoud — opgehaaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik haal op haalde op
jij haalt op haalde op
hij, zij, het haalt op haalde op
wij halen op haalden op
jullie halen op haalden op
zij halen op haalden op
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is opgehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was opgehaald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd opgehaald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt opgehaald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal opgehaald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal opgehaald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou opgehaald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou opgehaald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
haal op gebiedende wijs
haalde op verleden tijd
had opgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had opgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had opgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden opgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden opgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden opgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt opgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
op te halen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
op te zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
op zal halen bijzin, toekomende tijd
op zou halen bijzin, voorwaardelijk
op zouden halen bijzin, voorwaardelijk
op zoudt halen bijzin, voorwaardelijk
op zullen halen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
op zullen halen bijzin, toekomende tijd
op zult halen bijzin, toekomende tijd
opgehaald verleden tijd, deelwoord
opgehaald te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgehaald te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
opgehaald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehaald te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehaald te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
opgehaald worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgehaald zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
opgehaald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgehaald zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
opgehaald zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ophaal bijzin, tegenwoordige tijd
ophaalde bijzin, verleden tijd
ophaalden bijzin, verleden tijd
ophaalt bijzin, tegenwoordige tijd
ophalend onvoltooid, deelwoord
te hebben opgehaald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ophalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart opgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren opgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren opgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
was opgehaald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was opgehaald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was opgehaald voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt opgehaald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word opgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden opgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden opgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden opgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt opgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt opgehaald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal opgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal opgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ophalen bijzin, toekomende tijd
zijn opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt opgehaald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ophalen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ophalen op zou(dt) halen bijzin, voorwaardelijk
zouden opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ophalen bijzin, voorwaardelijk
zoudt opgehaald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt opgehaald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ophalen bijzin, voorwaardelijk
zullen opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen opgehaald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen opgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen opgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen opgehaald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ophalen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ophalen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ophalen bijzin, toekomende tijd
zult opgehaald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord ophaal

Herkomst

samenstelling van op bw en halen ww

Woordfamilie van ophalen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
haal op gebiedende wijs ophalen
haalde op verleden tijd ophalen
haalden op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ophalen
haalt op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ophalen
hale op woordvorm ophalen
halen op aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ophalen
opgehaald voltooid deelwoord ophalen
opgehaalde woordvorm ophalen
ophaalde subordinate-clause, verleden tijd ophalen
ophaalden subordinate-clause, verleden tijd ophalen
ophaalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd ophalen
ophale with-subordinate-clause ophalen
ophalend onvoltooid deelwoord ophalen
ophalende woordvorm ophalen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ophalen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ophalen

Hoe spreek je ophalen uit?
De uitspraak van ophalen is: /ˈɔphalə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent ophalen?
Ophalen is een werkwoord. Het woord betekent: een voorwerp bij iets/iemand vandaan halen. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ophalen?
Je vervoegt ophalen als volgt: het voltooid deelwoord is opgehaald. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ophalen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. P 3
  3. H 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ophalen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 109 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. P 4
  3. H 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 109 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

ophalen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ophalen in het kort

ophalen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ophalen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ophalen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ophalen: een voorwerp bij iets/iemand vandaan halen
Deel ophalen — standaardnederlands.nl