beuren
werkwoordBetekenis
- tillen, opheffen
- innen
Vervoeging van beuren
beurenhele werkwoord — beurdeverleden tijd enkelvoud — beurdenverleden tijd meervoud — gebeurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beur | beurde |
| jij | beurt | beurde |
| hij, zij, het | beurt | beurde |
| wij | beuren | beurden |
| jullie | beuren | beurden |
| zij | beuren | beurden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beur | gebiedende wijs |
| beurde | verleden tijd |
| beure | aanvoegende wijs |
| beurend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gebeurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gebeurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gebeurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gebeurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gebeurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gebeurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gebeurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gebeurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebeurd | verleden tijd, deelwoord |
| gebeurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebeurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebeurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebeurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebeurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebeurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebeurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebeurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebeurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebeurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebeurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebeurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebeurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebeurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘tillen’ voor het eerst aangetroffen in 1280
Woordfamilie van beuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beur | gebiedende wijs | beuren |
| beurde | verleden tijd | beuren |
| beurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beuren |
| beure | aanvoegende wijs | beuren |
| beurend | onvoltooid deelwoord | beuren |
| beurende | woordvorm | beuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beuren zijn vastgelegd.