Naar de inhoud

bevorderen

een hogere rang verlenen aan iemand

bevorderen

werkwoord bəˈvɔrdərə(n)

Betekenis

  1. een hogere rang verlenen aan iemand
  2. (vrijmetselarij) een leerling tot gezel promoveren
  3. aanmoedigen, promoten, stimuleren, verbeteren

Hoe spreek je bevorderen uit?

/bəˈvɔrdərən/

Bevorderen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈvɔrdərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
v vis
ɔ bot
r rood
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bevorderen

bevorderenhele werkwoord — bevorderdeverleden tijd enkelvoud — bevorderdenverleden tijd meervoud — bevorderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bevorder bevorderde
jij bevordert bevorderde
hij, zij, het bevordert bevorderde
wij bevorderen bevorderden
jullie bevorderen bevorderden
zij bevorderen bevorderden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bevorder gebiedende wijs
bevorderd verleden tijd, deelwoord
bevorderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevorderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bevorderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevorderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevorderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bevorderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevorderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bevorderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevorderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevorderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bevorderde verleden tijd
bevordere aanvoegende wijs
bevorderend onvoltooid, deelwoord
er is bevorderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bevorderd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bevorderd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bevorderd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bevorderd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bevorderd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bevorderd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bevorderd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bevorderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bevorderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bevorderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bevorderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bevorderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bevorderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bevorderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevorderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bevorderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bevorderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bevorderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bevorderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevorderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bevorderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bevorderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bevorderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bevorderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bevorderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bevorderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bevorderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bevorderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bevorderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bevorderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bevorderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bevorderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bevorderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bevorderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bevorderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bevorderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevorderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevorderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bevorderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bevorderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bevorderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bevorderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevorderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevorderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bevorderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘de ontwikkeling begunstigen’ voor het eerst aangetroffen in 1500

Woordfamilie van bevorderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bevorder gebiedende wijs bevorderen
bevorderd voltooid deelwoord bevorderen
bevorderde verleden tijd bevorderen
bevorderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bevorderen
bevordere aanvoegende wijs bevorderen
bevorderend onvoltooid deelwoord bevorderen
bevorderende woordvorm bevorderen
bevordert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bevorderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevorderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bevorderen

Hoe spreek je bevorderen uit?
De uitspraak van bevorderen is: /bəˈvɔrdərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bevorderen?
Bevorderen is een werkwoord. Het woord betekent: een hogere rang verlenen aan iemand. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bevorderen?
Je vervoegt bevorderen als volgt: de tegenwoordige tijd is bevorder, de verleden tijd is bevorderde en het voltooid deelwoord is bevorderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bevorderen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bevorderen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. V 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bevorderen in het kort

bevorderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bevorderen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bevorderen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bevorderen: een hogere rang verlenen aan iemand
Deel bevorderen — standaardnederlands.nl