transponeren
werkwoordBetekenis
- een muziekstuk geheel of gedeeltelijk in een andere toonsoort overzetten
Vervoeging van transponeren
transponerenhele werkwoord — transponeerdeverleden tijd enkelvoud — transponeerdenverleden tijd meervoud — getransponeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | transponeer | transponeerde |
| jij | transponeert | transponeerde |
| hij, zij, het | transponeert | transponeerde |
| wij | transponeren | transponeerden |
| jullie | transponeren | transponeerden |
| zij | transponeren | transponeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getransponeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getransponeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getransponeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getransponeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getransponeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getransponeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getransponeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getransponeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getransponeerd | verleden tijd, deelwoord |
| getransponeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getransponeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getransponeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getransponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getransponeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getransponeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getransponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getransponeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getransponeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getransponeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getransponeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getransponeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te transponeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen transponeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| transponeer | gebiedende wijs |
| transponeerde | verleden tijd |
| transponere | aanvoegende wijs |
| transponerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getransponeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen transponeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getransponeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult transponeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overbrengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1553
Woordfamilie van transponeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getransponeerd | voltooid deelwoord | transponeren |
| getransponeerde | woordvorm | transponeren |
| transponeer | gebiedende wijs | transponeren |
| transponeerde | verleden tijd | transponeren |
| transponeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | transponeren |
| transponeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | transponeren |
| transponere | aanvoegende wijs | transponeren |
| transponerend | onvoltooid deelwoord | transponeren |
| transponerende | woordvorm | transponeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transponeren zijn vastgelegd.