transporteren
werkwoordBetekenis
- overbrengen, vervoeren: personen of objecten naar een andere plek brengen
- (bedragen, rekeningen) overdragen (naar een volgende bladzijde)
werkwoord
- overdragen (naar een volgende bladzijde)
Vervoeging van transporteren
transporterenhele werkwoord — transporteerdeverleden tijd enkelvoud — transporteerdenverleden tijd meervoud — getransporteerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | transporteer | transporteerde |
| jij | transporteert | transporteerde |
| hij, zij, het | transporteert | transporteerde |
| wij | transporteren | transporteerden |
| jullie | transporteren | transporteerden |
| zij | transporteren | transporteerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getransporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getransporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getransporteerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getransporteerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getransporteerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getransporteerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getransporteerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getransporteerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getransporteerd | verleden tijd, deelwoord |
| getransporteerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getransporteerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getransporteerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getransporteerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getransporteerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getransporteerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getransporteerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getransporteerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getransporteerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getransporteerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getransporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getransporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getransporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getransporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getransporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getransporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getransporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getransporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getransporteerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te transporteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen transporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| transporteer | gebiedende wijs |
| transporteerde | verleden tijd |
| transportere | aanvoegende wijs |
| transporterend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getransporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getransporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getransporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getransporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getransporteerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getransporteerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getransporteerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getransporteerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getransporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getransporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getransporteerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getransporteerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getransporteerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getransporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getransporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getransporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen transporteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getransporteerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getransporteerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getransporteerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult transporteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘in eigendom overdragen’ voor het eerst aangetroffen in 1503
Woordfamilie van transporteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getransporteerd | voltooid deelwoord | transporteren |
| getransporteerde | woordvorm | transporteren |
| transporteer | gebiedende wijs | transporteren |
| transporteerde | verleden tijd | transporteren |
| transporteerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | transporteren |
| transporteert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | transporteren |
| transportere | aanvoegende wijs | transporteren |
| transporterend | onvoltooid deelwoord | transporteren |
| transporterende | woordvorm | transporteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van transporteren zijn vastgelegd.