tekenen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtekənə(n)Betekenis
- een tekening maken
Hoe spreek je tekenen uit?
/ˈtekənən/
Tekenen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een zichtbaar spoor achterlaten; zichtbaar worden; duidelijk worden
- zetten van een handtekening
Vervoeging van tekenen
tekenenhele werkwoord — tekendeverleden tijd enkelvoud — tekendenverleden tijd meervoud — getekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | teken | tekende |
| jij | tekent | tekende |
| hij, zij, het | tekent | tekende |
| wij | tekenen | tekenden |
| jullie | tekenen | tekenden |
| zij | tekenen | tekenden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getekend | verleden tijd, deelwoord |
| getekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teken | gebiedende wijs |
| tekende | verleden tijd |
| tekene | aanvoegende wijs |
| tekenend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord teken
Herkomst
In de betekenis van ‘een handtekening zetten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Woordfamilie van tekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tekende | verleden tijd | tekenen |
| tekenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tekenen |
| tekene | aanvoegende wijs | tekenen |
| tekent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tekenen zijn vastgelegd.