Naar de inhoud

tekeergaan

luidruchtig woeden

tekeergaan

werkwoord təˈkerɣan

Betekenis

  1. luidruchtig woeden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Hoe spreek je tekeergaan uit?

/təˈkerxan/

Tekeergaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /təˈkerxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ə de
k kat
e veel
r rood
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van tekeergaan

tekeergaanhele werkwoord — ging tekeerverleden tijd enkelvoud — gingen tekeerverleden tijd meervoud — tekeergegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga tekeer ging tekeer
jij gaat tekeer ging tekeer
hij, zij, het gaat tekeer ging tekeer
wij gaan tekeer gingen tekeer
jullie gaan tekeer gingen tekeer
zij gaan tekeer gingen tekeer
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
ga tekeer gebiedende wijs
ging tekeer verleden tijd
had tekeergegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had tekeergegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had tekeergegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden tekeergegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden tekeergegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden tekeergegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt tekeergegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tekeergegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft tekeergegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben tekeergegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tekeergaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tekeer te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
tekeer te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tekeer zal gaan bijzin, toekomende tijd
tekeer zou gaan bijzin, voorwaardelijk
tekeer zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
tekeer zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
tekeer zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
tekeer zullen gaan bijzin, toekomende tijd
tekeer zult gaan bijzin, toekomende tijd
tekeerga bijzin, tegenwoordige tijd
tekeergaand onvoltooid, deelwoord
tekeergaat bijzin, tegenwoordige tijd
tekeergegaan verleden tijd, deelwoord
tekeergegaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
tekeergegaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
tekeerging bijzin, verleden tijd
tekeergingen bijzin, verleden tijd
zal tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal tekeergaan bijzin, toekomende tijd
zal tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou tekeergaan bijzin, voorwaardelijk
zou tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) tekeergaan tekeer zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden tekeergaan bijzin, voorwaardelijk
zouden tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt tekeergaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt tekeergegaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen tekeergaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen tekeergaan bijzin, toekomende tijd
zullen tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult tekeergaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult tekeergaan bijzin, toekomende tijd
zult tekeergegaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal tekeergaan tekeer zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van tekeer en gaan

Woordfamilie van tekeergaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga tekeer gebiedende wijs tekeergaan
gaan tekeer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon tekeergaan
gaat tekeer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tekeergaan
ging tekeer verleden tijd tekeergaan
gingen tekeer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tekeergaan
tekeerga subordinate-clause, tegenwoordige tijd tekeergaan
tekeergaand onvoltooid deelwoord tekeergaan
tekeergaande woordvorm tekeergaan
tekeergaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd tekeergaan
tekeergegaan voltooid deelwoord tekeergaan
tekeerging subordinate-clause, verleden tijd tekeergaan
tekeergingen subordinate-clause, verleden tijd tekeergaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tekeergaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over tekeergaan

Hoe spreek je tekeergaan uit?
De uitspraak van tekeergaan is: /təˈkerɣan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent tekeergaan?
Tekeergaan is een werkwoord. Het woord betekent: luidruchtig woeden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je tekeergaan?
Je vervoegt tekeergaan als volgt: het voltooid deelwoord is tekeergegaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tekeergaan is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. E 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tekeergaan levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. E 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. E 1
  6. R 2
  7. G 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tekeergaan in het kort

tekeergaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van tekeergaan zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort tekeergaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

tekeergaan: luidruchtig woeden
Deel tekeergaan — standaardnederlands.nl