Naar de inhoud

specificeren

de onderdelen en bijzonderheden van een geheel in duidelijke details beschrijven

specificeren

werkwoord

Betekenis

  1. de onderdelen en bijzonderheden van een geheel in duidelijke details beschrijven

Vervoeging van specificeren

specificerenhele werkwoord — specificeerdeverleden tijd enkelvoud — specificeerdenverleden tijd meervoud — gespecificeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik specificeer specificeerde
jij specificeert specificeerde
hij, zij, het specificeert specificeerde
wij specificeren specificeerden
jullie specificeren specificeerden
zij specificeren specificeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gespecificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespecificeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespecificeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespecificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespecificeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespecificeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespecificeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespecificeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespecificeerd verleden tijd, deelwoord
gespecificeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespecificeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespecificeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespecificeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespecificeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespecificeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespecificeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespecificeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespecificeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespecificeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespecificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespecificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespecificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespecificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespecificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespecificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespecificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespecificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
specificeer gebiedende wijs
specificeerde verleden tijd
specificere aanvoegende wijs
specificerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespecificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te specificeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen specificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gespecificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespecificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gespecificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespecificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespecificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gespecificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gespecificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gespecificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespecificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespecificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gespecificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespecificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespecificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt specificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespecificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespecificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespecificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen specificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespecificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespecificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespecificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult specificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘afzonderlijk opgeven’ voor het eerst aangetroffen in 1395

Woordfamilie van specificeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gespecificeerd voltooid deelwoord specificeren
specificeer gebiedende wijs specificeren
specificeerde verleden tijd specificeren
specificeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon specificeren
specificeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon specificeren
specificere aanvoegende wijs specificeren
specificerend onvoltooid deelwoord specificeren
specificerende woordvorm specificeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van specificeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over specificeren

Wat betekent specificeren?
Specificeren is een werkwoord. Het woord betekent: de onderdelen en bijzonderheden van een geheel in duidelijke details beschrijven.
Hoe vervoeg je specificeren?
Je vervoegt specificeren als volgt: de tegenwoordige tijd is specificeer, de verleden tijd is specificeerde en het voltooid deelwoord is gespecificeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord specificeren is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. E 1
  4. C 5
  5. I 1
  6. F 4
  7. I 1
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

specificeren levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. E 1
  4. C 5
  5. I 2
  6. F 4
  7. I 2
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 30 zonder bonus
  14. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

specificeren in het kort

specificeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van specificeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort specificeren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

specificeren: de onderdelen en bijzonderheden van een geheel in duidelijke details beschrijven
Deel specificeren — standaardnederlands.nl