type
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtipəBetekenis
- door bepaalde karakteristieken herkenbare soort
- soort,
- soort, type
Hoe spreek je type uit?
/ˈtipə/
Type bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| typen | meervoud |
| types | meervoud |
| typetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| typetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van typen
Vervoeging van type
typehele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vorm, soort’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van type
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| types | meervoud | type |
| typetje | verkleinwoord | type |
| typetjes | verkleinwoord meervoud | type |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van type zijn vastgelegd.