Naar de inhoud

snotteren

door de neusgaten neusslijm verliezen

snotteren

werkwoord

Betekenis

  1. door de neusgaten neusslijm verliezen
  2. telkens neusslijm ophalen
  3. door hevig verdriet traanvocht door de neusgaten verliezen

Vervoeging van snotteren

snotterenhele werkwoord — snotterdeverleden tijd enkelvoud — snotterdenverleden tijd meervoud — gesnotterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snotter snotterde
jij snottert snotterde
hij, zij, het snottert snotterde
wij snotteren snotterden
jullie snotteren snotterden
zij snotteren snotterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesnotterd verleden tijd, deelwoord
gesnotterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnotterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnotterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnotterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnotterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnotterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnotterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnotterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnotterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnotterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnotterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snotter gebiedende wijs
snotterde verleden tijd
snottere aanvoegende wijs
snotterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesnotterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snotteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snotteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnotterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snotteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snotteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnotterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snotteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

frequentatief gevormd uit snuiten met het achtervoegsel -er

Woordfamilie van snotteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnotterd voltooid deelwoord snotteren
snotter gebiedende wijs snotteren
snotterde verleden tijd snotteren
snotterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snotteren
snottere aanvoegende wijs snotteren
snotterend onvoltooid deelwoord snotteren
snotterende woordvorm snotteren
snottert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snotteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snotteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over snotteren

Wat betekent snotteren?
Snotteren is een werkwoord. Het woord betekent: door de neusgaten neusslijm verliezen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je snotteren?
Je vervoegt snotteren als volgt: de tegenwoordige tijd is snotter, de verleden tijd is snotterde en het voltooid deelwoord is gesnotterd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snotteren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snotteren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. O 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

snotteren in het kort

snotteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van snotteren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort snotteren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

snotteren: door de neusgaten neusslijm verliezen
Deel snotteren — standaardnederlands.nl