Naar de inhoud

schoppen

een trap geven

schoppen is meer dan één woord

schoppen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'sxɔ.pə(n)/

Betekenis

  1. een trap geven
  2. het ver schoppen: succesvol zijn in het leven
  3. ♠, een kleursoort in het kaartspel

Hoe spreek je schoppen uit?

/ˈsxɔpən/

Schoppen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsxɔpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
x acht
ɔ bot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van schoppen

schoppenhele werkwoord — schopteverleden tijd enkelvoud — schoptenverleden tijd meervoud — geschoptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schop schopte
jij schopt schopte
hij, zij, het schopt schopte
wij schoppen schopten
jullie schoppen schopten
zij schoppen schopten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geschopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geschopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geschopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geschopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geschopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geschopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geschopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geschopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geschopt verleden tijd, deelwoord
geschopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geschopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geschopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geschopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geschopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geschopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geschopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geschopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geschopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geschopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schop gebiedende wijs
schoppe aanvoegende wijs
schoppend onvoltooid, deelwoord
schopte verleden tijd
te hebben geschopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te schoppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen schoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geschopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt schoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen schoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geschopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult schoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord schop

Herkomst

In de betekenis van ‘met de voet treffen’ aangetroffen vanaf 1390

Woordfamilie van schoppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geschopt voltooid deelwoord schoppen
geschopte woordvorm schoppen
schoppe aanvoegende wijs schoppen
schoppend onvoltooid deelwoord schoppen
schoppende woordvorm schoppen
schoppens meervoud schoppen
schoppentje woordvorm schoppen
schoppentjes meervoud schoppen
schopt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon schoppen
schopte verleden tijd schoppen
schopten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon schoppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoppen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over schoppen

Hoe spreek je schoppen uit?
De uitspraak van schoppen is: /'sxɔ.pə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent schoppen?
Schoppen is een werkwoord. Het woord betekent: een trap geven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je schoppen?
Je vervoegt schoppen als volgt: de tegenwoordige tijd is schop, de verleden tijd is schopte en het voltooid deelwoord is geschopt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op schoppen?

In dit woordenboek rijmen 17 woorden op -oppen op schoppen, zoals stoppen, kloppen en koppen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op schoppen, uitspraak ˈsxɔpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stoppen 2
kloppen 2
koppen 2
verstoppen 3
moppen 2
soppen 2
ontstoppen 3
bergtoppen 4
karpatenkoppen 5
koperkoppen 4
kroppen 2
reuzemoppen 4
reuzenmoppen 4
rozenknoppen 4
veterdroppen 4
wereldtoppen 4
wittekoppen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord schoppen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. P 3
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

schoppen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. C 5
  3. H 4
  4. O 1
  5. P 4
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 22 zonder bonus
  10. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

schoppen in het kort

schoppen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van schoppen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort schoppen bij een woordfamilie van 11 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

schoppen: een trap geven
Deel schoppen — standaardnederlands.nl