rotte
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈrɔtəBetekenis
- een groep wilde zwijnen geleid door een matriarch
- rat
- samenrotten
- (in woordsamenstellingen) een benaming voor meerdere kleine zoogdieren
- een dubbel overgehaalde schurk
- een sluwe kerel
- een persoon in een als minder belangrijk beschouwde positie
- (in woordsamenstellingen) een benaming voor bepaalde kleine zoogdieren
Hoe spreek je rotte uit?
/ˈrɔtə/
Rotte bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van rot
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van rotten
- aanvoegende wijs van rotten
Vervoeging van rotte
rottehele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van een “groepje zwijnen”, ontleend aan Duits Rotte.