Naar de inhoud

oormerken

van een oormerk voorzien

oormerken is meer dan één woord

oormerken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. van een oormerk voorzien
  2. (geld dat nog uitgegeven gaat worden) een bepaalde bestemming geven

werkwoord

  1. een bepaalde bestemming geven transitive

Vervoeging van oormerken

oormerkenhele werkwoord — oormerkteverleden tijd enkelvoud — oormerktenverleden tijd meervoud — geoormerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik oormerk oormerkte
jij oormerkt oormerkte
hij, zij, het oormerkt oormerkte
wij oormerken oormerkten
jullie oormerken oormerkten
zij oormerken oormerkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geoormerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geoormerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geoormerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geoormerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geoormerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geoormerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geoormerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geoormerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geoormerkt verleden tijd, deelwoord
geoormerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geoormerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geoormerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoormerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoormerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoormerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geoormerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geoormerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geoormerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geoormerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geoormerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geoormerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geoormerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geoormerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geoormerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geoormerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geoormerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoormerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
oormerk gebiedende wijs
oormerke aanvoegende wijs
oormerkend onvoltooid, deelwoord
oormerkte verleden tijd
te hebben geoormerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te oormerken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen oormerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geoormerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geoormerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geoormerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geoormerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geoormerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geoormerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geoormerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geoormerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geoormerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoormerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geoormerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geoormerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geoormerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt oormerken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geoormerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoormerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoormerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen oormerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geoormerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geoormerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geoormerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult oormerken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord oormerk

Herkomst

samenstelling van oor en merken

Woordfamilie van oormerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geoormerkt voltooid deelwoord oormerken
geoormerkte woordvorm oormerken
oormerke aanvoegende wijs oormerken
oormerkend onvoltooid deelwoord oormerken
oormerkende woordvorm oormerken
oormerkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon oormerken
oormerkte verleden tijd oormerken
oormerkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon oormerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oormerken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over oormerken

Wat is de betekenis van oormerken?
Oormerken is een werkwoord. De betekenis is: van een oormerk voorzien. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik oormerken?
Zo vervoeg je oormerken zo: de tegenwoordige tijd is oormerk, de verleden tijd is oormerkte en het voltooid deelwoord is geoormerkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord oormerken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. O 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

oormerken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. O 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

oormerken in het kort

oormerken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van oormerken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort oormerken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

oormerken: van een oormerk voorzien
Deel oormerken — standaardnederlands.nl