pingen
werkwoord, zelfstandig naamwoord 'pɪŋə(n)Betekenis
- tekstberichten versturen met een smartphone, tablet of pc met behulp van een speciaal nummer de BlackBerry PIN
Hoe spreek je pingen uit?
/ˈpɪŋən/
Pingen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van pingen
pingenhele werkwoord — pingdeverleden tijd enkelvoud — pingdenverleden tijd meervoud — gepingdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ping | pingde |
| jij | pingt | pingde |
| hij, zij, het | pingt | pingde |
| wij | pingen | pingden |
| jullie | pingen | pingden |
| zij | pingen | pingden |
Alle 27 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gepingd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepingd | verleden tijd, deelwoord |
| gepingd te zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepingd zullen | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ping | gebiedende wijs |
| pingde | verleden tijd |
| pinge | aanvoegende wijs |
| pingend | onvoltooid, deelwoord |
| te gepingd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt pingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen pingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult pingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ping
Herkomst
afgeleid van ping
Woordfamilie van pingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepingd | voltooid deelwoord | pingen |
| pingde | verleden tijd | pingen |
| pingden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | pingen |
| pinge | aanvoegende wijs | pingen |
| pingend | onvoltooid deelwoord | pingen |
| pingende | woordvorm | pingen |
| pingt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | pingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pingen zijn vastgelegd.