Naar de inhoud

doordringen

iemand tot op de grond overtuigen van iets.

doordringen

werkwoord dorˈdrɪŋə(n)

Betekenis

  1. iemand tot op de grond overtuigen van iets.
  2. weten ergens binnen te komen.
  3. helemaal duidelijk worden

Hoe spreek je doordringen uit?

/dorˈdrɪŋən/

Doordringen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /dorˈdrɪŋən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
o boot
r rood
ɪ pit
ŋ ding
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van doordringen

doordringenhele werkwoord — doordrongverleden tijd enkelvoud — doordrongenverleden tijd meervoud — doordrongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doordring doordrong
jij doordringt doordrong
hij, zij, het doordringt doordrong
wij dringen door doordrongen
jullie dringen door doordrongen
zij dringen door doordrongen
Alle 239 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te dringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen dringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal dringen bijzin, toekomende tijd
door zou dringen bijzin, voorwaardelijk
door zouden dringen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt dringen bijzin, voorwaardelijk
door zullen dringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen dringen bijzin, toekomende tijd
door zult dringen bijzin, toekomende tijd
doordring gebiedende wijs
doordring bijzin, tegenwoordige tijd
doordringe aanvoegende wijs
doordringend onvoltooid, deelwoord
doordringt bijzin, tegenwoordige tijd
doordrong verleden tijd
doordrong bijzin, verleden tijd
doordrongen verleden tijd, deelwoord
doordrongen bijzin, verleden tijd
doordrongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doordrongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doordrongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doordrongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doordrongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doordrongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doordrongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doordrongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doordrongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doordrongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doordríngen canonical
doorgedrongen verleden tijd, deelwoord
doorgedrongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgedrongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgedrongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedrongen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedrongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedrongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgedrongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgedrongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgedrongen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgedrongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dring door gebiedende wijs
er is doordrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorgedrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doordrongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorgedrongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doordrongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorgedrongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doordrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorgedrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doordrongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doordrongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorgedrongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgedrongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doordrongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doordrongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorgedrongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgedrongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doordrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doordringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doordrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn doorgedrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doordringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart doorgedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren doorgedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werdt doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
word doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wordt doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doordringen bijzin, toekomende tijd
zal doordrongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doordrongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doordrongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doordrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doordrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doordrongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doordrongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Vervoeging van doordringen

doordringenhele werkwoord — doordrongverleden tijd enkelvoud — doordrongenverleden tijd meervoud — doordrongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doordring doordrong
jij doordringt doordrong
hij, zij, het doordringt doordrong
wij dringen door doordrongen
jullie dringen door doordrongen
zij dringen door doordrongen
Alle 239 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
door te dringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
door te zullen dringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
door zal dringen bijzin, toekomende tijd
door zou dringen bijzin, voorwaardelijk
door zouden dringen bijzin, voorwaardelijk
door zoudt dringen bijzin, voorwaardelijk
door zullen dringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
door zullen dringen bijzin, toekomende tijd
door zult dringen bijzin, toekomende tijd
doordring gebiedende wijs
doordring bijzin, tegenwoordige tijd
doordringe aanvoegende wijs
doordringend onvoltooid, deelwoord
doordringt bijzin, tegenwoordige tijd
doordrong bijzin, verleden tijd
doordrongen verleden tijd, deelwoord
doordrongen bijzin, verleden tijd
doordrongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doordrongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doordrongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doordrongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doordrongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doordrongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doordrongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doordrongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doordrongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doordrongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgedrongen verleden tijd, deelwoord
doorgedrongen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgedrongen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
doorgedrongen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedrongen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedrongen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
doorgedrongen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgedrongen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
doorgedrongen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgedrongen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
doorgedrongen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
dring door gebiedende wijs
drong door verleden tijd
dóórdringen canonical
er is doordrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is doorgedrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was doordrongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was doorgedrongen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd doordrongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd doorgedrongen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt doordrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt doorgedrongen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal doordrongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doordrongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal doorgedrongen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal doorgedrongen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou doordrongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doordrongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou doorgedrongen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou doorgedrongen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doordrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doordrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is doorgedrongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doordringen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben doordrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn doorgedrongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doordringen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart doorgedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren doorgedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren doorgedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren doorgedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doordrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doordrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doordrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was doorgedrongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was doorgedrongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was doorgedrongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt doordrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werdt doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
word doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doordrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
wordt doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt doorgedrongen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doordringen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal doordringen bijzin, toekomende tijd
zal doordrongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doordrongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal doordrongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal doordrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doordrongen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal doordrongen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal doordrongen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van door bw en dringen ww

Woordfamilie van doordringen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
doordring subordinate-clause, tegenwoordige tijd doordringen
doordringe aanvoegende wijs doordringen
doordringt subordinate-clause, tegenwoordige tijd doordringen
doordrong verleden tijd doordringen
doordrongen voltooid deelwoord doordringen
doorgedrongen voltooid deelwoord doordringen
dring door gebiedende wijs doordringen
dringe door woordvorm doordringen
dringen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon doordringen
dringt door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doordringen
drong door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon doordringen
drongen door aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doordringen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doordringen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over doordringen

Hoe spreek je doordringen uit?
De uitspraak van doordringen is: /dorˈdrɪŋə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent doordringen?
Doordringen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand tot op de grond overtuigen van iets. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doordringen?
Je vervoegt doordringen als volgt: de tegenwoordige tijd is doordring, de verleden tijd is doordrong en het voltooid deelwoord is doordrongen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op doordringen?

Er staan 57 woorden in dit woordenboek die op doordringen rijmen, waaronder zingen, springen en dingen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op doordringen, uitspraak dorˈdrɪŋən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zingen 2
springen 2
dingen 2
wringen 2
verspringen 3
ringen 2
verdringen 3
voordringen 3
binnendringen 4
bespringen 3
slootjespringen 4
pingen 2
aankomelingen 5
aanleveringen 5
aanmoedigingen 5
aantekeningen 5
aftekeningen 5
allriskverzekeringen 7
bergwandelingen 6
betegelingen 5
billijkheidsregelingen 7
boswandelingen 5
bungeespringen 4
diefstalbeveiligingen 7
eindreinigingen 5
gotelingen 4
kettingbedingen 5
klankveranderingen 6
kortgedingen 4
kwaliteitsverbeteringen 8
lachedingen 4
lunchvergaderingen 6
nulverzamelingen 6
omkringen 3
ompoolbeveiligingen 7
omwisselingen 5
ontvingen 3
overschakelingen 6
overspanningsbeveiligingen 9
privérekeningen 6
Nog 17 rijmwoorden
proefafleveringen 6
ruimtewandelingen 6
schadeafhandelingen 7
scheutelingen 4
schrijfoefeningen 5
sibbelingen 4
sijpelingen 4
stadswandelingen 5
strandwandelingen 5
verdingen 3
vervingen 3
verzusteringen 5
wandelverenigingen 7
wapenleveringen 6
woningbouwverenigingen 8
zondagsopeningen 6
zwingen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doordringen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. I 1
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doordringen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. D 2
  6. R 2
  7. I 2
  8. N 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doordringen in het kort

doordringen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doordringen zijn 137 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doordringen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doordringen: iemand tot op de grond overtuigen van iets.
Deel doordringen — standaardnederlands.nl