doordringen
werkwoord dorˈdrɪŋə(n)Betekenis
- iemand tot op de grond overtuigen van iets.
- weten ergens binnen te komen.
- helemaal duidelijk worden
Hoe spreek je doordringen uit?
/dorˈdrɪŋən/
Doordringen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| o | boot |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van doordringen
doordringenhele werkwoord — doordrongverleden tijd enkelvoud — doordrongenverleden tijd meervoud — doordrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doordring | doordrong |
| jij | doordringt | doordrong |
| hij, zij, het | doordringt | doordrong |
| wij | dringen door | doordrongen |
| jullie | dringen door | doordrongen |
| zij | dringen door | doordrongen |
Alle 239 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| ben doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te dringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen dringen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult dringen | bijzin, toekomende tijd |
| doordring | gebiedende wijs |
| doordring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doordringe | aanvoegende wijs |
| doordringend | onvoltooid, deelwoord |
| doordringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doordrong | verleden tijd |
| doordrong | bijzin, verleden tijd |
| doordrongen | verleden tijd, deelwoord |
| doordrongen | bijzin, verleden tijd |
| doordrongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doordrongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doordrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doordrongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doordrongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doordrongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doordrongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doordrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doordrongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doordrongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doordríngen | canonical |
| doorgedrongen | verleden tijd, deelwoord |
| doorgedrongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedrongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dring door | gebiedende wijs |
| er is doordrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is doorgedrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doordrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was doorgedrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doordrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd doorgedrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doordrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgedrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doordrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doordrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal doorgedrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgedrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doordrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doordrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou doorgedrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgedrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doordrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doordringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doordrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn doorgedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doordringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waart doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werd doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werdt doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| word doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| wordt doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doordringen | bijzin, toekomende tijd |
| zal doordrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doordrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doordrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doordrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doordrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doordrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doordrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Vervoeging van doordringen
doordringenhele werkwoord — doordrongverleden tijd enkelvoud — doordrongenverleden tijd meervoud — doordrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doordring | doordrong |
| jij | doordringt | doordrong |
| hij, zij, het | doordringt | doordrong |
| wij | dringen door | doordrongen |
| jullie | dringen door | doordrongen |
| zij | dringen door | doordrongen |
Alle 239 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| ben doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| door te dringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| door te zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| door zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
| door zou dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zouden dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zoudt dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| door zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| door zullen dringen | bijzin, toekomende tijd |
| door zult dringen | bijzin, toekomende tijd |
| doordring | gebiedende wijs |
| doordring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doordringe | aanvoegende wijs |
| doordringend | onvoltooid, deelwoord |
| doordringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| doordrong | bijzin, verleden tijd |
| doordrongen | verleden tijd, deelwoord |
| doordrongen | bijzin, verleden tijd |
| doordrongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doordrongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doordrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doordrongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doordrongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doordrongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doordrongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doordrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doordrongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doordrongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgedrongen | verleden tijd, deelwoord |
| doorgedrongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedrongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| doorgedrongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| doorgedrongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dring door | gebiedende wijs |
| drong door | verleden tijd |
| dóórdringen | canonical |
| er is doordrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is doorgedrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was doordrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was doorgedrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd doordrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd doorgedrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt doordrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt doorgedrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal doordrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doordrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal doorgedrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal doorgedrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou doordrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doordrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou doorgedrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou doorgedrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doordrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doordrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is doorgedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te doordringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben doordrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn doorgedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen doordringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waart doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doordrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doordrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doordrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was doorgedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werd doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werdt doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| word doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doordrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| wordt doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt doorgedrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal doordringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal doordringen | bijzin, toekomende tijd |
| zal doordrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doordrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal doordrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal doordrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doordrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal doordrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal doordrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van door bw en dringen ww
Woordfamilie van doordringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doordring | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doordringen |
| doordringe | aanvoegende wijs | doordringen |
| doordringt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | doordringen |
| doordrong | verleden tijd | doordringen |
| doordrongen | voltooid deelwoord | doordringen |
| doorgedrongen | voltooid deelwoord | doordringen |
| dring door | gebiedende wijs | doordringen |
| dringe door | woordvorm | doordringen |
| dringen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | doordringen |
| dringt door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | doordringen |
| drong door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | doordringen |
| drongen door | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | doordringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doordringen zijn vastgelegd.