Naar de inhoud

motten

motregenen

motten is meer dan één woord

motten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. motregenen
  2. bestrooien met fijne veenachtige grond als meststof
  3. moeten

Vervoeging van motten

mottenhele werkwoord — motteverleden tijd enkelvoud — gemotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mot motte
jij mot motte
hij, zij, het mot motte
wij motten —
jullie motten —
zij motten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemot impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemot impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemot impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemot worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemot zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemot worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemot zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemot verleden tijd, deelwoord
gemot te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemot te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemot te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemot te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemot te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemot worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemot zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemot zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemot zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemot zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemot voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mot gebiedende wijs
motte verleden tijd
motte aanvoegende wijs
mottend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te motten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen motten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemot voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemot enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemot enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemot hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemot worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt motten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemot hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemot hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen motten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemot hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemot worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult motten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mot

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van motten

Vervoeging van motten

mottenhele werkwoord

Woordfamilie van motten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemot voltooid deelwoord motten
gemotte woordvorm motten
mottend onvoltooid deelwoord motten
mottende woordvorm motten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van motten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over motten

Wat is de betekenis van motten?
Motten is een werkwoord. De betekenis is: motregenen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik motten?
Zo vervoeg je motten zo: de tegenwoordige tijd is mot, de verleden tijd is motte en het voltooid deelwoord is gemot. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord motten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

motten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. O 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

motten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

motten in het kort

motten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van motten staan er 72 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort motten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

motten: motregenen
Deel motten — standaardnederlands.nl