langs
voorzetsel, bijwoord, bijvoeglijk naamwoord lɑŋsBetekenis
- terzijde van, evenwijdig aan
- in de lengterichting
- overlangs
Hoe spreek je langs uit?
/lɑŋs/
Langs bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| s | sok |
voorzetsel
- op een kort bezoek bij
- via, door
bijwoord
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- op (een kort) bezoek
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van lang
Herkomst
van Middelnederlands langes / lancs; op te vatten als afgeleid van lang bn met het achtervoegsel -s ** als voorzetsel aangetroffen vanaf 1351 ** als bijwoord van richting aangetroffen vanaf 1285