laadboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een draaibare hijs- en takelinstallatie op een boot, bestaande uit een lange paal met touwen en katrollen, waarmee de lading in en uit het ruim gehesen kan worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| laadbomen | meervoud |
| laadboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| laadboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van laden ww en boom zn
Woordfamilie van laadboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laadbomen | meervoud | laadboom |
| laadboompje | verkleinwoord | laadboom |
| laadboompjes | verkleinwoord meervoud | laadboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laadboom zijn vastgelegd.