drinken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /'drɪŋkə(n)/Betekenis
- vloeistof nuttigen
- gewoon zijn alcohol te gebruiken
Hoe spreek je drinken uit?
/ˈdrɪŋkən/
Drinken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een vloeistof (bijvoorbeeld drinkwater) via de mond innemen transitive
- een alcoholische drank op de onder [1] beschreven manier nuttigen intransitive
Vervoeging van drinken
drinkenhele werkwoord — dronkverleden tijd enkelvoud — dronkenverleden tijd meervoud — gedronkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | drink | dronk |
| jij | drinkt | dronk |
| hij, zij, het | drinkt | dronk |
| wij | drinken | dronken |
| jullie | drinken | dronken |
| zij | drinken | dronken |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| drink | gebiedende wijs |
| drinke | aanvoegende wijs |
| drinkend | onvoltooid, deelwoord |
| dronk | verleden tijd |
| er is gedronken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedronken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedronken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedronken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedronken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedronken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedronken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedronken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedronken | verleden tijd, deelwoord |
| gedronken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedronken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedronken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedronken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedronken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedronken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedronken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedronken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedronken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedronken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedronken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedronken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedronken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedronken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedronken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedronken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult drinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedronken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedronken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- vloeistof die men kan gebruiken voor inname
Herkomst
In de betekenis van ‘vloeistof tot zich nemen’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van drinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drinke | aanvoegende wijs | drinken |
| drinkend | onvoltooid deelwoord | drinken |
| drinkende | woordvorm | drinken |
| drinkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drinken |
| gedronken | voltooid deelwoord | drinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drinken zijn vastgelegd.