verdrinken
werkwoord vərˈdrɪŋkə(n)Betekenis
- in het water omkomen
- in het water doen omkomen
- een negatieve emotie door het drinken van alcohol doen verdwijnen
Hoe spreek je verdrinken uit?
/vərˈdrɪŋkən/
Verdrinken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- veel te veel van iets krijgen of ondervinden ergative, figuratively
- verdwijnen in iets dat veel te ruim is
Vervoeging van verdrinken
verdrinkenhele werkwoord — verdronkverleden tijd enkelvoud — verdronkenverleden tijd meervoud — verdronkenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdrink | verdronk |
| jij | verdrinkt | verdronk |
| hij, zij, het | verdrinkt | verdronk |
| wij | verdrinken | verdronken |
| jullie | verdrinken | verdronken |
| zij | verdrinken | verdronken |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdronken | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was verdronken | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd verdronken | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt verdronken | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verdronken worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verdronken zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou verdronken worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou verdronken zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben verdronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben/zijn verdronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdrinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdrinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdrink | gebiedende wijs |
| verdrinke | aanvoegende wijs |
| verdrinkend | onvoltooid, deelwoord |
| verdronk | verleden tijd |
| verdronken | verleden tijd, deelwoord |
| verdronken te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdronken te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdronken te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdronken te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdronken te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdronken worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdronken zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdronken zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdronken zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdronken zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verdronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdronken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdronken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdronken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdronken | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdronken | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdronken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdronken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verdronken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdronken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdronken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verdrinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdronken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdronken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdronken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verdrinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verdronken worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdronken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van drinken met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdrinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdrink | gebiedende wijs | verdrinken |
| verdrinke | aanvoegende wijs | verdrinken |
| verdrinkend | onvoltooid deelwoord | verdrinken |
| verdrinkende | woordvorm | verdrinken |
| verdrinkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdrinken |
| verdronk | verleden tijd | verdrinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdrinken zijn vastgelegd.