Naar de inhoud

verdrinken

in het water omkomen

verdrinken

werkwoord vərˈdrɪŋkə(n)

Betekenis

  1. in het water omkomen
  2. in het water doen omkomen
  3. een negatieve emotie door het drinken van alcohol doen verdwijnen

Hoe spreek je verdrinken uit?

/vərˈdrɪŋkən/

Verdrinken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈdrɪŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
d dak
ɪ pit
ŋ ding
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. veel te veel van iets krijgen of ondervinden ergative, figuratively
  2. verdwijnen in iets dat veel te ruim is

Vervoeging van verdrinken

verdrinkenhele werkwoord — verdronkverleden tijd enkelvoud — verdronkenverleden tijd meervoud — verdronkenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdrink verdronk
jij verdrinkt verdronk
hij, zij, het verdrinkt verdronk
wij verdrinken verdronken
jullie verdrinken verdronken
zij verdrinken verdronken
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verdronken impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was verdronken impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd verdronken impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt verdronken impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal verdronken worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal verdronken zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou verdronken worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou verdronken zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben verdronken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben/zijn verdronken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verdrinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verdrinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdrink gebiedende wijs
verdrinke aanvoegende wijs
verdrinkend onvoltooid, deelwoord
verdronk verleden tijd
verdronken verleden tijd, deelwoord
verdronken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdronken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdronken te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdronken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdronken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdronken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdronken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdronken zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdronken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdronken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart verdronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdronken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verdronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdronken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verdronken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verdronken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verdronken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verdronken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verdronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verdronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verdronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verdronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verdronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verdronken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verdronken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdronken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verdronken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verdronken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdronken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verdrinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdronken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdronken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdronken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verdrinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verdronken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdronken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van drinken met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verdrinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdrink gebiedende wijs verdrinken
verdrinke aanvoegende wijs verdrinken
verdrinkend onvoltooid deelwoord verdrinken
verdrinkende woordvorm verdrinken
verdrinkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verdrinken
verdronk verleden tijd verdrinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdrinken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over verdrinken

Hoe spreek je verdrinken uit?
De uitspraak van verdrinken is: /vərˈdrɪŋkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verdrinken?
Verdrinken is een werkwoord. Het woord betekent: in het water omkomen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verdrinken?
Je vervoegt verdrinken als volgt: de tegenwoordige tijd is verdrink, de verleden tijd is verdronk en het voltooid deelwoord is verdronken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verdrinken?

Er staan 15 woorden in dit woordenboek die op verdrinken rijmen, waaronder drinken, zinken en bezinken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verdrinken, uitspraak vərˈdrɪŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
drinken 2
zinken 2
bezinken 3
hinken 2
stinken 2
klinken 2
slinken 2
verminken 3
pinken 2
vinken 2
verlinken 3
verpinken 3
schinken 2
skinken 2
syncen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verdrinken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. I 1
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verdrinken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. I 2
  7. N 1
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verdrinken in het kort

verdrinken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verdrinken zijn 62 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verdrinken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verdrinken: in het water omkomen
Deel verdrinken — standaardnederlands.nl