hinken
werkwoord ˈhɪŋkə(n)Betekenis
- ongelijk lopen omdat men slechts op één been steunen kan
- ergens slechts op één been heen gaan
Hoe spreek je hinken uit?
/ˈhɪŋkən/
Hinken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van hinken
hinkenhele werkwoord — hinkteverleden tijd enkelvoud — hinktenverleden tijd meervoud — gehinktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hink | hinkte |
| jij | hinkt | hinkte |
| hij, zij, het | hinkt | hinkte |
| wij | hinken | hinkten |
| jullie | hinken | hinkten |
| zij | hinken | hinkten |
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gehinkt | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gehinkt | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gehinkt | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gehinkt | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gehinkt worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gehinkt zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gehinkt worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gehinkt zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehinkt | verleden tijd, deelwoord |
| gehinkt te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehinkt zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gehinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hink | gebiedende wijs |
| hinke | aanvoegende wijs |
| hinkend | onvoltooid, deelwoord |
| hinkte | verleden tijd |
| te hebben/zijn gehinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hinken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen hinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gehinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zou hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt hinken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen hinken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult hinken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands hinken, in de betekenis van ‘mank gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1301
Woordfamilie van hinken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gehinkt | voltooid deelwoord | hinken |
| gehinkte | woordvorm | hinken |
| hink | gebiedende wijs | hinken |
| hinke | aanvoegende wijs | hinken |
| hinkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | hinken |
| hinkte | verleden tijd | hinken |
| hinkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | hinken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hinken zijn vastgelegd.