Naar de inhoud

vinken

afvinken

vinken is meer dan één woord

vinken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɪŋkə(n)

Betekenis

  1. afvinken

Hoe spreek je vinken uit?

/ˈvɪŋkən/

Vinken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvɪŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ɪ pit
ŋ ding
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van vinken

vinkenhele werkwoord — vinkteverleden tijd enkelvoud — vinktenverleden tijd meervoud — gevinktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vink vinkte
jij vinkt vinkte
hij, zij, het vinkt vinkte
wij vinken vinkten
jullie vinken vinkten
zij vinken vinkten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gevinkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevinkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevinkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevinkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevinkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevinkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevinkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevinkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevinkt verleden tijd, deelwoord
gevinkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevinkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevinkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevinkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevinkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevinkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevinkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevinkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevinkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevinkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vinken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vink gebiedende wijs
vinke aanvoegende wijs
vinkend onvoltooid, deelwoord
vinkte verleden tijd
zal gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevinkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vinken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vinken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevinkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vinken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vink

Herkomst

afgeleid van vink met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van vinken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gevinkt voltooid deelwoord vinken
gevinkte woordvorm vinken
vinke aanvoegende wijs vinken
vinkend onvoltooid deelwoord vinken
vinkende woordvorm vinken
vinkt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vinken
vinkte verleden tijd vinken
vinkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vinken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vinken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over vinken

Hoe spreek je vinken uit?
De uitspraak van vinken is: /ˈvɪŋkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent vinken?
Vinken is een werkwoord. Het woord betekent: afvinken.
Hoe vervoeg je vinken?
Je vervoegt vinken als volgt: de tegenwoordige tijd is vink, de verleden tijd is vinkte en het voltooid deelwoord is gevinkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vinken?

Er staan 15 woorden in dit woordenboek die op vinken rijmen, waaronder drinken, verdrinken en zinken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vinken, uitspraak ˈvɪŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
drinken 2
verdrinken 3
zinken 2
bezinken 3
hinken 2
stinken 2
klinken 2
slinken 2
verminken 3
pinken 2
verlinken 3
verpinken 3
schinken 2
skinken 2
syncen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vinken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. I 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vinken levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vinken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vinken in het kort

vinken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van vinken zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vinken bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vinken: afvinken
Deel vinken — standaardnederlands.nl