Naar de inhoud

kleuren

van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc.

kleuren is meer dan één woord

kleuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈklørə(n)

Betekenis

  1. van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc.
  2. een kleurverandering ondergaan

Hoe spreek je kleuren uit?

/ˈklørən/

Kleuren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈklørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
l land
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kleuren

kleurenhele werkwoord — kleurdeverleden tijd enkelvoud — kleurdenverleden tijd meervoud — gekleurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kleur kleurde
jij kleurt kleurde
hij, zij, het kleurt kleurde
wij kleuren kleurden
jullie kleuren kleurden
zij kleuren kleurden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekleurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekleurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekleurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekleurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekleurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekleurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekleurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekleurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekleurd verleden tijd, deelwoord
gekleurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekleurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekleurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kleur gebiedende wijs
kleurde verleden tijd
kleure aanvoegende wijs
kleurend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekleurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kleuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kleur

Woordfamilie van kleuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kleurde verleden tijd kleuren
kleurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kleuren
kleure aanvoegende wijs kleuren
kleurend onvoltooid deelwoord kleuren
kleurende woordvorm kleuren
kleurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kleuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kleuren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over kleuren

Hoe spreek ik kleuren uit?
Zo spreek je kleuren uit: /ˈklørə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kleuren?
Kleuren is een werkwoord. De betekenis is: van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kleuren?
Zo vervoeg je kleuren zo: de tegenwoordige tijd is kleur, de verleden tijd is kleurde en het voltooid deelwoord is gekleurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kleuren?

In dit woordenboek rijmen 16 woorden op -euren op kleuren, zoals verscheuren, bespeuren en zeuren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kleuren, uitspraak ˈklørən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verscheuren 3
bespeuren 3
zeuren 2
uitentreuren 4
geuren 2
meuren 2
pleuren 2
fleuren 2
peuren 2
dennengeuren 4
deuren 2
eierlikeuren 5
fabrieksdirecteuren 6
kampersteuren 4
kerkdeuren 4
sportdirecteuren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kleuren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. E 1
  4. U 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kleuren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. E 1
  4. U 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kleuren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kleuren in het kort

kleuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kleuren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kleuren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kleuren: van kleur voorzien met potloden, stiften, waskrijt etc.
Deel kleuren — standaardnederlands.nl