Naar de inhoud

bespeuren

met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken

bespeuren

werkwoord bəˈspørə(n)

Betekenis

  1. met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken

Hoe spreek je bespeuren uit?

/bəˈspørən/

Bespeuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈspørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
s sok
p pak
ø deur
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bespeuren

bespeurenhele werkwoord — bespeurdeverleden tijd enkelvoud — bespeurdenverleden tijd meervoud — bespeurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bespeur bespeurde
jij bespeurt bespeurde
hij, zij, het bespeurt bespeurde
wij bespeuren bespeurden
jullie bespeuren bespeurden
zij bespeuren bespeurden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bespeur gebiedende wijs
bespeurd verleden tijd, deelwoord
bespeurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespeurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bespeurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespeurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespeurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bespeurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespeurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bespeurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespeurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespeurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bespeurde verleden tijd
bespeure aanvoegende wijs
bespeurend onvoltooid, deelwoord
er is bespeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bespeurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bespeurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bespeurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bespeurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bespeurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bespeurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bespeurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bespeuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bespeurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bespeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bespeurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bespeurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bespeurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bespeurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bespeurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bespeurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bespeurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespeurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bespeuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bespeurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespeurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespeurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bespeuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van speuren met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bespeuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bespeur gebiedende wijs bespeuren
bespeurd voltooid deelwoord bespeuren
bespeurde verleden tijd bespeuren
bespeurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bespeuren
bespeure aanvoegende wijs bespeuren
bespeurend onvoltooid deelwoord bespeuren
bespeurende woordvorm bespeuren
bespeurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bespeuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bespeuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bespeuren

Hoe spreek je bespeuren uit?
De uitspraak van bespeuren is: /bəˈspørə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bespeuren?
Bespeuren is een werkwoord. Het woord betekent: met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken.
Hoe vervoeg je bespeuren?
Je vervoegt bespeuren als volgt: de tegenwoordige tijd is bespeur, de verleden tijd is bespeurde en het voltooid deelwoord is bespeurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bespeuren?

In dit woordenboek rijmen 16 woorden op -euren op bespeuren, zoals verscheuren, zeuren en kleuren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bespeuren, uitspraak bəˈspørən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verscheuren 3
zeuren 2
kleuren 2
uitentreuren 4
geuren 2
meuren 2
pleuren 2
fleuren 2
peuren 2
dennengeuren 4
deuren 2
eierlikeuren 5
fabrieksdirecteuren 6
kampersteuren 4
kerkdeuren 4
sportdirecteuren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bespeuren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 3
  5. E 1
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bespeuren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bespeuren in het kort

bespeuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bespeuren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bespeuren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bespeuren: met aanzienlijke moeite waarnemen, bemerken
Deel bespeuren — standaardnederlands.nl