verscheuren
werkwoord vərˈsxørə(n)Betekenis
- aan stukken rijten
Hoe spreek je verscheuren uit?
/vərˈsxørən/
Verscheuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| x | acht |
| ø | deur |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verscheuren
verscheurenhele werkwoord — verscheurdeverleden tijd enkelvoud — verscheurdenverleden tijd meervoud — verscheurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verscheur | verscheurde |
| jij | verscheurt | verscheurde |
| hij, zij, het | verscheurt | verscheurde |
| wij | verscheuren | verscheurden |
| jullie | verscheuren | verscheurden |
| zij | verscheuren | verscheurden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verscheurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verscheurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verscheurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verscheurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verscheurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verscheurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verscheurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verscheurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verscheurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verscheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verscheurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verscheurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verscheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verscheurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verscheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verscheurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verscheurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verscheuren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verscheuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verscheur | gebiedende wijs |
| verscheurd | verleden tijd, deelwoord |
| verscheurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verscheurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verscheurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verscheurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verscheurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verscheurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verscheurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verscheurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verscheurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verscheurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verscheurde | verleden tijd |
| verscheure | aanvoegende wijs |
| verscheurend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verscheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verscheurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verscheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verscheurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verscheurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verscheurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verscheurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verscheurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verscheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verscheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verscheurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verscheurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verscheurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verscheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verscheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verscheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verscheuren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verscheurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verscheurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verscheurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verscheuren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van scheuren met het voorvoegsel ver-.
Woordfamilie van verscheuren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verscheur | gebiedende wijs | verscheuren |
| verscheurd | voltooid deelwoord | verscheuren |
| verscheurde | verleden tijd | verscheuren |
| verscheurden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verscheuren |
| verscheure | aanvoegende wijs | verscheuren |
| verscheurt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verscheuren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verscheuren zijn vastgelegd.