Naar de inhoud

inkleuren

met kleuren invullen

inkleuren

werkwoord ˈɪŋklørə(n)

Betekenis

  1. met kleuren invullen

Hoe spreek je inkleuren uit?

/ˈɪŋklørən/

Inkleuren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪŋklørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
ŋ ding
k kat
l land
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inkleuren

inkleurenhele werkwoord — kleurde inverleden tijd enkelvoud — kleurden inverleden tijd meervoud — ingekleurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kleur in kleurde in
jij kleurt in kleurde in
hij, zij, het kleurt in kleurde in
wij kleuren in kleurden in
jullie kleuren in kleurden in
zij kleuren in kleurden in
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingekleurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingekleurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingekleurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingekleurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingekleurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingekleurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingekleurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingekleurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingekleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingekleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingekleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingekleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekleurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te kleuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen kleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal kleuren bijzin, toekomende tijd
in zou kleuren bijzin, voorwaardelijk
in zouden kleuren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt kleuren bijzin, voorwaardelijk
in zullen kleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen kleuren bijzin, toekomende tijd
in zult kleuren bijzin, toekomende tijd
ingekleurd verleden tijd, deelwoord
ingekleurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekleurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingekleurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekleurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekleurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingekleurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekleurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingekleurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekleurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingekleurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inkleur bijzin, tegenwoordige tijd
inkleurde bijzin, verleden tijd
inkleurden bijzin, verleden tijd
inkleurend onvoltooid, deelwoord
inkleurt bijzin, tegenwoordige tijd
is ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kleur in gebiedende wijs
kleurde in verleden tijd
te hebben ingekleurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inkleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingekleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingekleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingekleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingekleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingekleurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingekleurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingekleurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inkleuren bijzin, toekomende tijd
zijn ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingekleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inkleuren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inkleuren in zou(dt) kleuren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inkleuren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingekleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingekleurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inkleuren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingekleurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingekleurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingekleurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingekleurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inkleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inkleuren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inkleuren bijzin, toekomende tijd
zult ingekleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van in en kleuren

Woordfamilie van inkleuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingekleurd voltooid deelwoord inkleuren
inkleur subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkleuren
inkleurde subordinate-clause, verleden tijd inkleuren
inkleurden subordinate-clause, verleden tijd inkleuren
inkleure with-subordinate-clause inkleuren
inkleurend onvoltooid deelwoord inkleuren
inkleurende woordvorm inkleuren
inkleurt subordinate-clause, tegenwoordige tijd inkleuren
kleur in gebiedende wijs inkleuren
kleurde in verleden tijd inkleuren
kleurden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inkleuren
kleure in woordvorm inkleuren
kleuren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inkleuren
kleurt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inkleuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkleuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inkleuren

Hoe spreek ik inkleuren uit?
Zo spreek je inkleuren uit: /ˈɪŋklørə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van inkleuren?
Inkleuren is een werkwoord. De betekenis is: met kleuren invullen.
Hoe vervoeg ik inkleuren?
Zo vervoeg je inkleuren zo: het voltooid deelwoord is ingekleurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inkleuren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. K 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. U 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inkleuren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. K 3
  4. L 3
  5. E 1
  6. U 2
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inkleuren in het kort

inkleuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van inkleuren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort inkleuren bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

inkleuren: met kleuren invullen
Deel inkleuren — standaardnederlands.nl