Naar de inhoud

fleuren

(schaatssport) schaatsen rijden op een zwierige manier

fleuren is meer dan één woord

fleuren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈflørə(n)

Betekenis

  1. (schaatssport) schaatsen rijden op een zwierige manier
  2. (hengelsport) vissen op grotere vissen met behulp van een fleur
  3. iemand lid proberen te maken van een organisatie

Hoe spreek je fleuren uit?

/ˈflørən/

Fleuren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈflørən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
f fiets
l land
ø deur
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. schaatsen rijden op een zwierige manier intransitive
  2. vissen op grotere vissen met behulp van een fleur intransitive

Vervoeging van fleuren

fleurenhele werkwoord — fleurdeverleden tijd enkelvoud — fleurdenverleden tijd meervoud — gefleurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik fleur fleurde
jij fleurt fleurde
hij, zij, het fleurt fleurde
wij fleuren fleurden
jullie fleuren fleurden
zij fleuren fleurden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
fleur gebiedende wijs
fleurde verleden tijd
fleure aanvoegende wijs
fleurend onvoltooid, deelwoord
gefleurd verleden tijd, deelwoord
gefleurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gefleurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gefleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gefleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gefleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gefleurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gefleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gefleurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gefleurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefleurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gefleurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te fleuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gefleurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen fleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt fleuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gefleurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen fleuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult fleuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gefleurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord fleur

Herkomst

fleur met het achtervoegsel -en **[1]: eponiem afgeleid van de familienaam van de 18e-eeuwse Leidse schaatser Cornelis Fleur **[2]: van fleur zn soort hengelgerei **[3]: van fleur zn soort hengelgerei, (figuurlijk)

Woordfamilie van fleuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
fleurde verleden tijd fleuren
fleurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon fleuren
fleure aanvoegende wijs fleuren
fleurend onvoltooid deelwoord fleuren
fleurende woordvorm fleuren
fleurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon fleuren
gefleurd voltooid deelwoord fleuren
gefleurde woordvorm fleuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fleuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over fleuren

Hoe spreek je fleuren uit?
De uitspraak van fleuren is: /ˈflørə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent fleuren?
Fleuren is een werkwoord. Het woord betekent: (schaatssport) schaatsen rijden op een zwierige manier. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je fleuren?
Je vervoegt fleuren als volgt: de tegenwoordige tijd is fleur, de verleden tijd is fleurde en het voltooid deelwoord is gefleurd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op fleuren?

In dit woordenboek rijmen 16 woorden op -euren op fleuren, zoals verscheuren, bespeuren en zeuren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op fleuren, uitspraak ˈflørən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verscheuren 3
bespeuren 3
zeuren 2
kleuren 2
uitentreuren 4
geuren 2
meuren 2
pleuren 2
peuren 2
dennengeuren 4
deuren 2
eierlikeuren 5
fabrieksdirecteuren 6
kampersteuren 4
kerkdeuren 4
sportdirecteuren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord fleuren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. F 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. U 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

fleuren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. F 4
  2. L 3
  3. E 1
  4. U 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

fleuren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

fleuren in het kort

fleuren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van fleuren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort fleuren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

fleuren: (schaatssport) schaatsen rijden op een zwierige manier
Deel fleuren — standaardnederlands.nl