verven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- met verf bestrijken
Vervoeging van verven
vervenhele werkwoord — verfdeverleden tijd enkelvoud — verfdenverleden tijd meervoud — geverfdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verf | verfde |
| jij | verft | verfde |
| hij, zij, het | verft | verfde |
| wij | verven | verfden |
| jullie | verven | verfden |
| zij | verven | verfden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geverfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geverfd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geverfd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geverfd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geverfd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geverfd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geverfd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geverfd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geverfd | verleden tijd, deelwoord |
| geverfd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geverfd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geverfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geverfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geverfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geverfd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geverfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geverfd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geverfd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geverfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geverfd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geverfd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verf | gebiedende wijs |
| verfde | verleden tijd |
| verve | aanvoegende wijs |
| vervend | onvoltooid, deelwoord |
| zal geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geverfd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geverfd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verf
Herkomst
In de betekenis van ‘een kleur geven’ voor het eerst aangetroffen in 1165
Woordfamilie van verven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verfde | verleden tijd | verven |
| verfden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verven |
| verft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verven |
| verve | aanvoegende wijs | verven |
| vervend | onvoltooid deelwoord | verven |
| vervende | woordvorm | verven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verven zijn vastgelegd.